Gebruik nooit nog een (ander) frequentie spiekbriefje

Voorbeeld van een equaliser

Frequency charts, ofte frequentie spiekbriefjes die je per instrument wegwijs maken in wat je moet “boosten” of “cutten”, ’t zijn naar mijn mening ondingen. Meen je dat nu? Ja… en nee!

Zoals altijd heeft ook dit verhaal twee kanten, maar ik leg je graag even uit waarom ik sinds enige tijd nooit nog zo’n frequency chart raadpleeg.

Een veelgebruikte frequentie chartHet goede van zo’n chart

Eerlijk is eerlijk, toen ik begon met mixen hielpen zo’n overzichten met belangrijke frequenties per instrument me echt wel om een track afgewerkt te krijgen. Mijn grote favoriet was de “interactive frequency chart” zoals hiernaast afgebeeld. Zo leerde ik belangrijke zaken als “waar zit de body van een snare” en “hoe laat ik gitaren impact hebben”. Heel hulpvol, want had ik dit allemaal zelf gaandeweg moeten leren en ontdekken, ik was nu waarschijnlijk nog bezig. Ik neem nu eenmaal niet zo vaak een cello of harp op.

Elk voordeel heb z’n nadeel

En dat brengt me meteen bij de reden waarom ik die zaken uiteindelijk links heb laten liggen. Info als “zoek naar wat meer body in de snare rond de 200hz” werden al snel een automatisme en gebruikte ik standaard in elke mix waar een snare in voorkwam. Het probleem zie je al snel van ver aankomen: heeft die snare dat voor deze mix wel nodig? Nee dus… niet altijd.

Toegegeven, dit is eerder de schuld van de man achter de knoppen, maar die frequentie chart gaf hier wel de aanleiding toe. Gelukkig werd me toen verteld niet meer in frequenties te denken, maar in octaven. 

Geen paniek, je hoeft geen meester in de notenleer te zijn om de rest van het verhaal te volgen.

Octaven

Het idee is eenvoudig. Ieder octaaf heeft een bepaalde karakteristieke invloed op je sound. Je kent vast uitspraken als “het klinkt wollig”, “het mag wat meer impact hebben” of “het kan wel wat air gebruiken”. Die uitspraken kan je eigenlijk ruwweg terugbrengen tot 10 middelpunten van de verschillende octaven die de mens kan waarnemen. Jawel, je leert “amper” 10 karakteristieken herkennen en je kan elke mix met vertrouwen afwerken.

Benader vanaf nu dus geen mix meer met “cijferkennis” voor elk instrument. Neen, sluit je ogen en luister echt naar je bron. Wat mis je? Stoort je iets? Wat past niet bij een ander instrument? …? Heb je hier een antwoord op, ga dan nadenken over welk octaaf hoort bij die beschrijving die je net zelf maakte en ga daar aan de slag.

Daar hoort een tabel bij

Hierbij mijn vertaling van hoe ik die frequenties “vertaal” in gevoel of wat ik waarneem terwijl ik mix. Iedereen kan bepaalde andere woorden gebruiken, want geluid beschrijven is nu eenmaal niet zo eenvoudig.

FrequentieOctaafBeschrijving
31,25hz20hz - 40hzZeer laag, bijna niet hoorbaar, atmosferisch qua gevoel.
62,50hz40hz - 80hzBass energie, je voelt dit op je borstkas.
125hz80hz - 160hzBasis fundamentals van lage instrumenten. Te veel = wollig.
250hz160hz - 320hzModderig, geeft dikte aan je sound.
500hz320hz - 640hzLaag mid, body van de sound, kan "boxy" klinken.
1khz640hz - 1280hzMid, kan nasaal klinken.
2khz1280hz - 2560hzHard, intens, impact, in your face
4khz2560hz - 5120hzPresence, brengt de sound vooruit
8khz5120hz - 10240hzBriljant, het "randje" aan je sound
16khz10240hz - 20480hzAir, lucht, ademruimte

In een volgende blog bezorg ik je wat oefeningen om zelf ook te leren deze octaven te herkennen. Maak je geen zorgen, het zal geen white noise zijn waar vele anderen je laten naar luisteren.

Wordt vervolgd.

Leave a Reply